Alejandra Ortiz (43) en Enes Dedeić (39) zitten beiden in het bestuur van stichting Queer Museum, dat hard werkt aan de realisatie van een permanente plek waar de geschiedenis, de ervaringen en de identiteit van de LHBT+-gemeenschap worden geëerd. Tegen 2030 moeten de deuren van het Queer Museum in Amsterdam opengaan.
“We willen een plek creëren waar onze gemeenschap zich gezien, begrepen en gevierd voelt”, vertelt Alejandra. “Ook met het oog op het brede publiek: een plek waar iedereen kan leren over onze geschiedenis en huidige realiteit.” De plannenmakers noemen het Queer Museum een door de community gedreven initiatief. “Het is grassroots”, benadrukt Alejandra. “We zijn geen buitenstaanders die dit top-down willen doen. Dit is ván en vóór de gemeenschap.” De keuze voor Amsterdam ligt voor de hand. Nederland is internationaal gezien een van de meest vooruitstrevende landen op het gebied van LHBT+-rechten en Amsterdam staat bekend als de progressieve hoofdstad. Alejandra: “Net zoals het Holocaust Museum en het Slavernijmuseum fysieke plekken zijn waar gemeenschappen hun verhaal kunnen delen, verdient de LHBT+-gemeenschap een eigen ruimte.”

Intersectioneel
Het project spant zich in op meerdere fronten. Eerst: professionalisering van de organisatiestructuur. Daarna: partnerschappen bouwen met musea, archieven en organisaties. Enes: “We werken bijvoorbeeld al samen met de Nieuwe Kerk en het H’ART Museum. We kijken ook naar internationale voorbeelden zoals het Schwules Museum in Berlijn en het splinternieuwe American LGBTQ+ Museum in New York. Samenwerking is essentieel voor ons succes.” Die samenwerking met de Nieuwe Kerk is een eerste hoogtepunt: deze zomer vormt de locatie het thuis voor de tentoonstelling ‘Queer Amsterdam, de roze stad’. “Dit is slechts het begin en toont wat mogelijk is”, zegt Enes. Het tweetal benadrukt dat het museum zelf niet seizoensgebonden gaat worden. Enes: “Dit moet permanent zijn, het hele jaar door toegankelijk. Niet alleen rondom Pride, maar als vaste plek in het culturele landschap van Amsterdam.”
De aanpak is intersectioneel. Hoewel de LHBT+-geschiedenis centraal komt te staan, gaat het ook om verbindingen met specifieke gemeenschappen: sekswerkers, migranten, trans personen, mensen met hiv. “We erkennen dat onze strijd altijd intersectioneel is geweest. Dat weerspiegelt zich in ons project”, aldus Alejandra. “De geschiedenis van hiv en aids zal zeker een plek krijgen; we hebben ook een partnerschap met de stichting House of Hiv.”

Momentum
Op de vraag of er al verzamelingen zijn, antwoordt Enes: “Dat is nu niet onze focus. We bouwen eerst een solide fundament. Later zal het museumbestuur beslissen welk model we hanteren: bruiklenen van andere musea, een eigen verzameling, of een mix.” Hetzelfde geldt voor de naam. Alejandra: “De naam Queer Museum gebruiken we nu voor de stichting. De uiteindelijke naam van het museum staat nog open voor discussie. We zijn flexibel. We bouwen aan iets dat kan groeien en evolueren.”
De ambitie is helder: tegen 2030 moet het museum geopend zijn. Liefst in een mooi pand in het centrum van Amsterdam. Tot die tijd concentreert het team zich op het stroomlijnen van de organisatie, het verwerven van politieke steun op lokaal en nationaal niveau en het veiligstellen van de financiering. Alejandra sluit af: “We hebben momentum, we hebben community-support, we hebben partners die willen meewerken. Dit moet lukken. Amsterdam verdient dit museum. Nederland verdient dit museum.”
Dit artikel verscheen eerder in hello pride.
Tekst Leo Schenk Beeld Vivian Keulards


