Op haar 19e hoorde Jindra (34) dat ze hiv had. Negen jaar lang hield ze het grotendeels voor zich – tot ze in coronatijd een gedicht schreef dat alles veranderde.
Ze was net terug van een reis en ging uit voorzorg langs de huisarts voor een soa-test. Jindra was onderweg ziek geworden, maar had geen link met hiv gelegd. “Over hiv en aids wist ik echt weinig. Toen ik de uitslag hoorde, was mijn eerste reactie: ‘Ik ga dood!’” Diezelfde dag werd ze doorverwezen naar het ziekenhuis, waar ze goed werd opgevangen. Haar beste vriendin ging mee naar elke afspraak. Toch vertelde Jindra het thuis niet. “Dat vond ik toen helemaal niet nodig.” Na twee weken van boosheid en verdriet nam Jindra een besluit: ze zou er gewoon mee leven. “Ik dacht: ik kan er niks aan doen. Ik slik mijn pillen en ik hoef er nooit meer over te praten of over na te denken.” Dat ze het daarmee niet écht had verwerkt, drong pas veel later tot haar door. Rond haar 24e vertelde ze het alsnog aan haar ouders – aangespoord door haar toenmalige vriend. Ze deed haar verhaal aan de eettafel, alleen met haar ouders. “Ze reageerden erg liefdevol en steunend, hoewel ze ook waren geschrokken. En ze waren verdrietig dat ik het gevoel had gehad dat ik het niet eerder kon vertellen, waardoor ze er niet voor mij konden zijn.”

Gordijnen dicht
Jindra werd kinder- en jeugdpsycholoog. Tijdens haar studie en in haar werk leerde ze over trauma, schaamte en kwetsbaarheid. Maar haar hiv bleef in een doosje. Totdat corona haar dwong stil te staan. Op zoek naar een schrijfvorm voor een jonge cliënt stuitte ze op spoken word. Ze begon zelf te schrijven, iets wat ze nooit eerder had gedaan. Haar tweede stuk ging over openheid en over haar leven met hiv. Ze schreef het op het dak van haar huis, uitkijkend over straten vol gesloten gordijnen. “Het lijkt alsof in Amsterdam iedereen mag zijn zoals die is, maar iedereen heeft geheimen. Hoe zou het zijn als we ons echt lieten zien?” Ze noemde het stuk Open stad. Toen ze het deelde met twee collega’s, reageerden die geschrokken. En dat schrikken raakte haar. “Als dit de reactie is, dan moet ik het blijkbaar niet zomaar gaan delen, dacht ik.” Voor het eerst besefte ze hoeveel lading er nog zat op hiv. Ze ging in therapie. Wat volgde was een verwerkingsproces in fases: eerst schaamte, dan schuldgevoel, toen diepere lagen van pijn. En hoe alléén ze zich eigenlijk toch heeft gevoeld in haar vroege volwassenheid, toen ze leefde met geheimen. Iedere fase bracht haar meer rust, zelfliefde en acceptatie.

Herkenning
Via RESET leerde Jindra voor het eerst haar verhaal te delen in een groep. De herkenning was groot. Wat haar het meest raakte: hoe anderen worstelen met daten, met het moment dat je aan iemand die je leuk vindt moet vertellen dat je hiv hebt. “Sommigen gaan daardoor helemaal niet daten. Dat vond ik erg verdrietig.” Bij RESET droeg ze zelf een spoken word-stuk voor. Dit werd zo goed ontvangen dat ze later werd gevraagd om een workshop te geven tijdens Share the Power. Sindsdien combineert Jindra haar werk als psycholoog steeds bewuster met haar eigen ervaring. “Ik weet hoe het is om je heel angstig te voelen en jezelf vanuit schaamte- en schuldgevoel af te keuren. En hoe spannend en helend het is, om door deze gevoelens heen te werken in plaats van ze weg te stoppen – zodat je eruit kan losbreken en opnieuw kan verbinden en bloeien. Dat leer je niet in een lesboek.” Ze droomt ervan om haar ervaringskennis nog meer te verweven met haar werk, het liefst specifiek voor jongeren die vroeg in aanraking komen met hiv.
Ze twijfelde of ze dit interview zou doen. Maar ze deed het, omdat ze weet hoe weinig mensen er over hiv en stigma weten, en hoe krampachtig velen ermee omgaan. “Als ik maar één iemand kan helpen door er open over te zijn, is het de moeite waard.”
Dit artikel verscheen eerder in hello pride.
Tekst Leo Schenk Beeld Linelle Deunk


