“Activisme zit in mijn genen”

0

Phylesha Brown-Acton (43) is een toonaangevende trans-activist uit Nieuw-Zeeland. Ze maakt zich sterk voor de Polynesische LHBT+-gemeenschap in Auckland en vliegt de wereld rond als ‘Global Leader’ voor transgenders van inheemse afkomst. hello gorgeous sprak met haar over haar werk en haar motivatie om anderen te helpen.

“Begin jaren negentig danste ik in gezelschappen die de Polynesische danscultuur op het podium brachten. We waren erg in trek en kregen uitnodigingen uit de hele wereld om onze show te laten zien. In die tijd was ik de enige trans-vrouw die op dat niveau danste, wat soms wel tot scheve blikken leidde van de danseressen die als vrouw waren geboren. Omdat ik zo gemotiveerd was, en streefde naar perfectie, moesten zij harder werken om hetzelfde niveau te bereiken.

Ik kende redelijk wat mensen met hiv in die tijd en dat heeft me geïnspireerd om actie te ondernemen in de gemeenschappen waar ik me thuis voelde: de Polynesische bevolkingsgroepen in Nieuw-Zeeland, en dan in het bijzonder de homo- en trans-gemeenschap. Samen met wat vrienden deden we bewustwordingscampagnes en zetten we ons op allerlei manieren in als vrijwilliger. Omdat ik op een gegeven moment moe werd van het hectische leven als danseres, ben ik op zoek gegaan naar ander werk. Toen ze iemand zochten bij het Nieuw-Zeelandse Aidsfonds, voelde dat als een logische keuze.”

Foto Henri Blommers

Goed gerund

“Werken bij het Nieuw-Zeelandse Aidsfonds was een schot in de roos. Omdat het zo’n goed gerunde organisatie was, leerde ik in korte tijd heel veel over maatschappelijke organisaties. Dat kwam me later, toen ik mijn eigen organisatie opzette, goed van pas. Ik bleek vooral goed te zijn in het opsporen van zaken die de organisatie niet op de radar had en me daarover uitspreken. Zo was er in de hiv-preventie weinig aandacht voor inheemse bevolkingsgroepen die, zoals ikzelf, afkomstig zijn van de eilanden in de Stille Oceaan. De reden was dat deze groepen niet zichtbaar waren in de data; ze waren niet zichtbaar omdat ze niet gericht onderzocht werden!

Ik ben nooit bang me te laten horen over onderwerpen die me na aan het hart liggen. Dat heb ik meegekregen van mijn moeder en mijn grootmoeder. Mijn grootmoeder woonde op een van de eilanden in de Stille Oceaan waar het moeilijk was om gewassen te verbouwen. De bevolking woonde in hutten en had geen kleren, zo arm waren ze. Mijn grootmoeder vond het niet meer dan logisch om de schamele opbrengsten van haar land te delen met haar buren. Ook viel ze op in de kerk door haar kordate optreden en uitgesproken meningen. Zo vloog ze in de jaren vijftig naar Genève om een pleidooi te houden voor vrouwenkiesrecht binnen het internationale kerkgenootschap. Mijn moeder was van hetzelfde laken een pak. Ze werd naar Nieuw-Zeeland gestuurd om te studeren en zette zich onvermoeibaar in voor ongetrouwde moeders, net als zijzelf. Je zou dus kunnen zeggen dat activisme in mijn genen zit.”

Culturele codes

“Omdat hiv een onderwerp is dat lang centraal heeft gestaan in mijn activisme, zet ik me er ook nu nog voor in, vooral als het gaat om inheemse bevolkingen en trans-personen. Zo zit ik in het bestuur van ICASO, een internationaal netwerk dat mensen met hiv vertegenwoordigt in de Verenigde Naties. Een van de zaken die me altijd dwarszat, was dat trans-vrouwen in het hiv-veld altijd werden meegerekend met mannen die seks hebben met mannen. Gelukkig is het tij nu aan het keren, en wordt er steeds meer rekening gehouden met trans-vrouwen als eigen groep.

Samen met een vriendin ben ik in 2009 een organisatie begonnen om het leven van LHBT+-mensen van inheemse afkomst in Auckland te verbeteren. F’INE kijkt vanuit een holistisch perspectief naar gezondheidsproblemen van deze groep. Dus geen bewustwordingscampagnes of condooms uitdelen, maar daadwerkelijk mensen kracht geven, en ervoor zorgen dat ze de regie over hun eigen leven terugnemen. Inheemse bevolkingsgroepen in Nieuw-Zeeland en de eilanden in de Stille Oceaan hebben elk hun eigen culturele codes, die voor buitenstaanders moeilijk te ontcijferen zijn. Daarom is het belangrijk dat er een organisatie is die weet waar LHBT+-mensen uit die bevolkingsgroepen tegenaan lopen in het dagelijks leven.”

Baantje

“Een voorbeeld is een jonge trans-vrouw uit Auckland die het hele huishouden doet van haar familie, en daarnaast zorgt voor de ouderen in het gezin. Dit wordt van haar verwacht door de andere gezinsleden, en ze is niet sterk genoeg om daar tegenin te gaan. Op vrijdagavonden heeft ze eindelijk de avond voor zichzelf en gaat ze de stad in, maar zonder betaalde baan heeft ze natuurlijk weinig geld op zak. Ze neemt drankjes aan van vreemde mannen in de bar en ’s nachts probeert ze naar haar huis in de buitenwijk te liften. Natuurlijk krijgt ze aanbiedingen om seks te hebben voor geld, en natuurlijk is het verlokkelijk om daarop in te gaan. Tweehonderd dollar is veel geld voor haar. Inmiddels hebben we gezorgd dat er extra hulp is in haar familie, en dat ze minder slecht behandeld wordt door hen. Ze schamen zich eigenlijk voor haar, omdat ze trans is. Met onze hulp is ze gaan solliciteren en heeft ze nu een baantje.”

Foto Henri Blommers

Meneer

“Soms is hulp zo simpel als geld om baardhaar te laten weglaseren, zodat een trans-vrouw makkelijker kan solliciteren, maar soms zijn de omstandigheden stukken complexer. Dan zorgen we samen met andere instanties dat de problemen één voor één opgelost kunnen worden. Zo stuiten we soms op trans-vrouwen met verwaarloosde diabetes. Omdat ze het vertrouwen in artsen zijn verloren, durven deze vrouwen niet meer naar de huisarts. Wij gaan dan met ze mee, en zorgen ervoor dat de artsen snappen wat er nog meer aan de hand is in het leven van deze vrouwen. De verkeerde aanspreeksvorm − ‘meneer’ zeggen tegen een trans-vrouw − kan al betekenen dat deze vrouwen de spreekkamer van de huisarts vermijden.

Met nadruk noemen we onze cliënten ‘klanten’. Onze diensten bieden we natuurlijk kosteloos aan, maar we willen dat de persoon in kwestie zelf zicht heeft over zijn of haar leven en oplossingen verzint. Wij begeleiden dat met kennis en ons netwerk. Op dit moment hebben we zo’n 75 families als klant, en een traject duurt meestal ergens tussen de één en de drie jaar. Het mooie van het project is dat een aantal mensen die we in het verleden hebben geholpen, nu voor ons werken.

Het afgelopen jaar heb ik ontzettend veel gereisd. Twee keer naar Amsterdam op en neer, Genève, New York, Australië… Allemaal voor de goede zaak. Maar de komende jaren wil ik wat meer in Auckland blijven. Ik ben gevraagd door de faculteit Inheemse Studies aan de universiteit daar om een proefschrift te schrijven over trans-vrouwen in de Polynesische cultuur. Daar heb ik ontzettend veel zin in. Daarnaast blijf ik me natuurlijk inzetten voor mijn eigen organisatie, En verder laat ik op me afkomen waar me internationaal mee bezig wil houden.”

Dit artikel verscheen eerder in hello gorgeous #27.

Tekst Gerrit Jan Wielinga Fotografie Henri Blommers

Leave A Reply