Jezelf heel maken

0

Brenda Goodrow (22) is geboren met hiv en wordt als kind door haar ouders ter adoptie aangeboden. Lang voelt ze zich door haar biologische ouders in de steek gelaten. Pas als ze zelf door een diep dal gaat, kan ze op een andere manier naar ze kijken. Als kwetsbare mensen die ook pijn hebben gehad.

Brenda is vier jaar oud als ze wordt geadopteerd. Met negen adoptiekinderen is het Amerikaanse gezin heel divers. Juist omdat iedereen zo anders is, is Brenda’s adoptie geen geheim. Ook twee broertjes van Brenda wonen in hetzelfde gezin. Contact met haar biologische ouders is er alleen kort na Brenda’s adoptie. Toch spelen ze een grote rol in haar leven. Brenda is zes jaar oud als haar adoptiemoeder vertelt dat ze is geboren met hiv. 

Waarom specifiek die dag en dat moment weet ze niet. “Ik weet nog dat ik met mijn moeder in de auto zat en vragen begon te stellen. Ik denk dat ik er op dat moment klaar voor was om meer te weten. Dat ik ziek was, wist ik. Ook omdat ik regelmatig voor controles naar het ziekenhuis ging en medicijnen slikte. Die dag in de auto had ik de eerste echte conversatie met mijn moeder over hiv. Ik kan me goed herinneren dat mijn moeder veel heeft verteld.”

Foto Abby Mortenson

Bang

Toch heeft die dag meer impact dan ze op dat moment kan vermoeden. “Ik voelde me ergens opgelucht dat ik hiv had en niet een van mijn twee biologische broers. Zij groeiden op met hun eigen problemen. Als het dan iemand moest zijn, dan maar ik. Maar als ik nu terugkijk naar die tijd, dan zie ik dat ik vooral heel erg bang was. Bang voor wat hiv voor mij kon betekenen. 

Er speelden allerlei dingen door mijn hoofd die ik voor mezelf hield. Ging ik ook dood? Als ik dan niet doodging, dan werd ik op z’n minst van school gestuurd. Die angst heb ik heel erg weggestopt. Ik sprak er niet over. Niet met mijn adoptieouders en ook niet met mijn broers; ze wisten van niets. Met mijn biologische ouders heb ik nooit een band kunnen opbouwen. Ze waren dakloos en verslaafd. Mijn vader stierf aan hiv toen ik 7 jaar was. Mijn moeder overleed toen ik 13 was. Ik herinner me dat ik haar een keer telefonisch heb gesproken en ik heb een paar foto’s van haar, dat is alles.”  

Zelfstigma

“Dat ik die angst nooit heb kunnen uitspreken, heeft ervoor gezorgd dat ik hiv niet heb kunnen accepteren. Het was makkelijker om te vertellen dat mijn biologische ouders dakloos en verslaafd waren dan dat ze hiv hadden. Dat was ook zelfbescherming; zo kon niemand de vraag stellen of ik ook hiv had. De angst en het zelfstigma die ik ontwikkelde, hebben ervoor gezorgd dat ik als jongere heel depressief ben geworden. Ik zette me in die tijd ook af tegen mijn adoptieouders. Ik was op zoek naar erkenning van mijn angst en pijn en het effect daarvan op mijn leven. Maar zij begrepen mij niet en we konden er niet over praten. Dat ze iedere keer verdrietig werden als ik over mijn biologische ouders begon, hielp ook niet. Als dat anders was geweest, had me dat misschien veel pijn en verdriet bespaard. Het heeft alleen geen zin om daar lang bij stil te staan. Het is gegaan zoals het is gegaan en dat kan niemand meer veranderen.”

Foto Abby Mortenson

N=N

De start van de Amerikaanse n=n-campagne markeert een belangrijke omslag in Brenda’s leven. “Door mijn hiv-behandeling had ik veel last van lipoatrofie. De start van de n=n-campagne viel samen met mijn laatste behandeling met cosmetische fillers. Voor mij was dat een belangrijk moment. Na een behandeltraject van in totaal twee jaar zag niemand meer aan me dat ik hiv had. Dat gaf zelfvertrouwen. Genoeg zelfvertrouwen om de controle over mijn leven terug te pakken en op Instagram en Facebook open te vertellen over mijn leven met hiv. 

Ook iets anders dat gebeurde, heeft aan mijn openhartigheid bijdragen. Ik ben verkracht. Ik had deze jongen niet verteld dat ik hiv-positief was. Ik wilde er niet over praten en ‘nee’ had immers voor hem voldoende moeten zijn om te stoppen. Via via kwam hij er toch achter, waarna hij heel boos werd en mij bedreigde. Ondanks dat ik wist dat ik het hiv-virus niet kon overdragen omdat ik undetectable ben, was ik toch heel bang dat zijn hiv-test positief was. Mijn besluit om open te zijn was daarom ook een statement dat niemand mijn hiv-status meer tegen me kon gebruiken. Ik heb veel positieve reacties gehad op mijn gedichten en teksten over het leven met hiv, ook van mensen die ik al mijn hele leven kende. Ik voel me geen hiv-activist, maar mensen vertellen mij wel dat ze anders naar hiv zijn gaan kijken.”

Vergeven

Dat Brenda nu open kan zijn heeft haar veel gebracht. “Ik heb nog steeds slechte dagen, maar ik voel me gelukkig en het is een enorme opluchting dat ik niet meer met een geheim hoef te leven. Maar wat misschien nog het allerbelangrijkste is, is dat ik anders naar mijn biologische ouders ben gaan kijken. In de jaren dat ik depressief was en therapie had, kwam ik erachter dat mijn depressies, boosheid en angst te maken hadden met mijn biologische ouders. In dat proces merkte ik dat ik langzaam meer empathie voor mijn biologische ouders begon te voelen. Ze waren mensen met gevoelens, pijn en verdriet. Ze gebruikten drugs en zaten in een destructieve relatie. Ze waren niet sterk genoeg voor dit leven. Langzaamaan ging ik dat begrijpen en kon ik ze vergeven.

Mijn vader is gestorven, omdat hij weigerde hiv-medicatie te nemen. Als kind kon ik dat niet begrijpen. Toen ik zelf in een depressie zat en het gevoel had dat het leven mij nooit iets goeds zou geven, wilde ik ook mijn medicijnen niet. Pas toen begreep ik mijn vader. Ik besloot dat ik die pijn niet op een ander wilde overbrengen, zoals mijn ouders dat hadden gedaan. Hierin heb ik een belangrijke eerste stap gezet. Ik heb mensen laten zien dat ze niet bang voor mij hoeven te zijn en dat ik niet bang voor mezelf hoef te zijn.”

Dit artikel verscheen eerder in hello gorgeous #26.

Tekst Anouk Benden Fotografie Abby Mortenson

Leave A Reply