“Wees content met wat je hebt”

0

Patrick Reytiens (51) deelde zijn levensverhaal de afgelopen jaren met duizenden studenten en mensen met hiv. Zijn missie om hiv uit het verdomhoekje te halen, bleef niet onopgemerkt. In 2014 ontving hij de Lifetime Achievement Award van de Belgische LHBT-organisatie Çavaria. In het boek Dansen in het Luchtledige, neemt Patrick de lezer mee naar begin jaren tachtig waarin de diagnose aids hem volledig in zijn greep hield.

“Het verhaal begint in de discotijd van begin jaren tachtig. De muziek, de uitbundige kleding, de oplichtende dansvloeren en het dansen, ik kreeg er nooit genoeg van. Dat was ook het moment waarop ik ontdekte dat ik op mannen val. Mijn moeder moest even aan dat idee wennen, maar heeft mijn geaardheid meteen geaccepteerd. ‘Ge zijt wie ge zijt,’ zei ze altijd.

Ik voelde me bevrijd na mijn coming out. Nu iedereen wist dat ik homo ben, kon ik openlijk over mijn gevoelens praten. Het echte leven kon beginnen! Ik zag alles door een roze bril. Dansend en flirtend ging ik door de nacht, het bruisende nachtleven van Antwerpen lag aan mijn voeten.”

Stomp in de maag

“Maar op een dag werd ik wakker met koorts, mijn slokdarm brandde en ik voelde me belabberd. Mijn huisarts raadde me aan zo snel mogelijk röntgenfoto’s te laten maken. Ook werd ik door een specialist van top tot teen onderzocht. Uiteindelijk kwamen ze erachter dat alle symptomen op een sterk verminderd afweersysteem wezen, wat gezien mijn leeftijd heel opmerkelijk was.

Mijn huisarts keek bezorgd toen hij de resultaten van alle onderzoeken in handen had. Het woord ‘aids’ heeft hij toen niet in de mond genomen, wel had hij vermoedens en verwees me door naar het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen.

Elke dag onderging ik een reeks testen, maar op de definitieve diagnose moest ik wachten. Ik mocht naar huis en begon me weer wat beter te voelen. Totdat ik me op een dag weer moest melden bij het Instituut. De boodschap was kort, maar krachtig: ‘Je hebt aids’, zeiden ze. Die woorden kwamen aan als een stomp in mijn maag. Ik zag mijn leven als een kaartenhuis in elkaar vallen. En ik moest nog 21 worden!”

Familie

“Wachten op de dood, dat is de beste omschrijving van hetgeen me toen bezighield. Het kon een paar maanden duren, of hooguit een jaar als ik geluk had. En er stond me een verschrikkelijke doodstrijd te wachten, dat had ik ondertussen wel gelezen en gezien op tv.

Ik vond het vreselijk om het mijn ouders en broers en zussen te vertellen. ‘Ge moogt zo ziek zijn als ge wilt, wij zullen voor u zorgen,’ sprak mijn moeder en zo is het ook gegaan. Ze hebben me nooit in de steek gelaten. Ik vond het fijn dat ik mijn ziekte met mijn familie kon delen, maar om de rest van mijn omgeving op de hoogte te brengen, daar was ik nog niet aan toe.

Seropositiviteit was in die tijd nog te veel taboe. Er was geen hoop op genezing en de onwetendheid over hiv en angst voor infectie waren erg groot. In de beginperiode lag ik dagen in bed. Mijn uren waren zwarter dan zwart. Voor de artsen van het Instituut voor Tropische Geneeskunde was hiv op dat moment ook nieuw en onbekend, ze hadden maar weinig informatie. Ik sprak met niemand over mijn ziekte, bang voor onbegrip. Het masker dat ik droeg, was loodzwaar.

Als ik nu terugdenk aan die periode, vind ik het nog steeds moeilijk. Een deel van mijn jonge jaren is compleet weggevaagd. Ik was verlamd door angst. Angst om mensen om me heen te verliezen, angst om opnieuw verliefd te worden, maar vooral angst voor de man met de zeis.”

Kleur

“In 1987 kreeg mijn leven weer wat kleur. Ik kwam in contact met Het Aidsteam. Het team stond paraat tijdens festivals en manifestaties, deelde condooms en flyers uit en er was ruimte voor persoonlijke vragen. De emancipatie van de homo’s en het bespreekbaar maken van hiv en aids, daar ging het allemaal om. De organisatie vroeg of ik geïnteresseerd was om op scholen te spreken. ‘Je bent er geknipt voor’, zeiden ze. Het voelde als een bevrijding om eindelijk mijn verhaal te kunnen delen en ik kreeg er veel warme reacties voor terug.

In 1990 kon ik aan de slag bij De Witte Raven, een organisatie die zich bezighield met hiv-preventie en de opvang van mensen met hiv. Hiv-positieve mensen klopten bij ons aan om raad en bijstand, maar ook hun ouders en partners vonden de weg naar ons kantoor. Om me heen zag ik veel mensen wegvallen. De overdosis aan begrafenissen heeft me voor het leven getekend, steeds dacht ik: ik ben vast de volgende.

Met regelmaat lag ik in het ziekenhuis voor (onder andere) bijvoorbeeld een longontsteking of een andere infectie, maar bijzonder genoeg werd het me niet fataal. Uiteindelijk heb ik denk ik gewoon ontzettend veel geluk gehad. Voor mij kwamen de hiv-remmers op tijd, voor veel anderen spijtig genoeg te laat.”

Lees de rest van dit interview in hello gorgeous #15.

Tekst Natasja Bijl Fotografie Taco Smit

Dansen in het Luchtledige is geschreven door Patrick en Luc de Keersmaecker (Uitgever Vrijdag, € 9,99)

Leave A Reply