Ze zijn elders geboren maar hun hart is verknocht aan Nederland.
“Ik was 17 toen ik mijn hiv-diagnose kreeg. Mijn huisarts snapte niet wat er met me aan de hand was en stuurde me naar het ziekenhuis in de stad verderop. Daar kwamen ze op het idee om me te testen op hiv, maar omdat ik nog minderjarig was, moest het nieuws ook aan mijn ouders meegedeeld worden. Ik kreeg de keuze wie dat zou doen: de zorgverleners of ik zelf. Dus mijn ouders kwamen mee naar het ziekenhuis, waar ik ze zelf vertelde over het hiv. Maar dit betekende ook onmiddellijk dat ik uit de kast kwam als homo. Zeker mijn moeder, die behoorlijk religieus is, vond het erg moeilijk om een homo als zoon te hebben. Daarbij woonden we in een groot dorp in het midden van Polen, niet onmiddellijk het meest progressieve deel van het land. Inmiddels zijn mijn ouders wel helemaal op mijn hand. In plaats van te vragen naar een leuke vriendin hoopt mijn moeder nu op een leuke schoonzoon.

Nederland stond eigenlijk helemaal niet op mijn netvlies. Ik woonde en studeerde in Warschau toen ik een fotograaf uit Delft tegenkwam. Het werd wat en vervolgens ben ik gaan kijken waar ik verder zou kunnen studeren. Dat werd epidemiologie in Groningen. Inmiddels is de relatie met de fotograaf voorbij en werk ik als medisch onderzoeker in het Amsterdams Universitair Medisch Centrum op de Boelelaan. De keuze was tussen Rotterdam en Amsterdam. Rotterdam lijkt meer op Warschau, het heeft ook een geschiedenis met heropbouw na de Tweede Wereldoorlog. Maar het werd dus Amsterdam. Afgelopen jaar had ik ineens het gevoel van thuis zijn. Ik hou van de architectuur, van de musea, de opera, het theater en de uitgebreide clubcultuur. Elk jaar heb ik steeds minder het gevoel dat ik weer in Warschau zou moeten gaan wonen. Ik bezoek mijn vrienden en familie in Polen minstens twee keer per jaar. Het individualisme van de Nederlanders is iets wat me steeds weer opvalt. In vergelijking met Polen, waar iedereen de hele tijd toch echt wel een mening over je heeft, lijken de Nederlanders te onverschillig om een oordeel te hebben. Dat werkt best bevrijdend. Naast mijn werk ben ik ook begonnen met vrijwilligerswerk bij de Hiv Vereniging. Ik beantwoord vragen bij het Servicepunt en ben nu de groep Jong Positief weer nieuw leven aan het inblazen. Ik wilde altijd al meer doen met mijn hiv en ben blij dat ik mijn plek gevonden heb in de community.”
Dit artikel verscheen eerder in hello pride.
Tekst GJ Wielinga Beeld Henri Blommers


