Ze zijn elders geboren maar hun hart is verknocht aan Nederland.
“Ik ben in 1990 naar Nederland gekomen om dood te gaan, maar ik leef nog steeds. In 1987 kwam ik erachter dat ik hiv heb. Ik was net getrouwd met een Nederlandse en omdat ze wist dat ik het ook met mannen deed, deden we het altijd met condoom. Maar we hadden plannen om kinderen te krijgen, dus heb ik me laten testen. We woonden destijds in São Paulo, in Brazilië, de stad waar ik ben geboren en ben opgegroeid. Pas toen ik in Nederland kwam wonen, ben ik uit de kast gekomen als homo. Ik ben opgeleid als antropoloog, en had in Brazilië veel met straatkinderen gewerkt, dus toen de UNESCO me vroeg een jongerenproject te leiden in Zimbabwe, ben ik gegaan. Dat heb ik drie jaar gedaan. Toen ik in 1996 terugkwam in Nederland ben ik eerst bij Oxfam Novib en later bij Stop Aids Now gaan werken. De combinatie hiv en armoede heeft me heel erg beziggehouden, vooral in Afrika.

Sinds een jaar ben ik met pensioen. Ik mis het wel om collega’s om me heen te hebben. Nadat mijn ouders overleden zijn, heb ik van de erfenis een appartement aan het strand kunnen kopen in Salvador, een miljoenenstad in noordoost-Brazilië. Daar ben ik twee maanden per jaar. De rest van mijn tijd ben ik in Amsterdam, doe ik aan vrijwilligerswerk als buddy, heb ik een volkstuintje en een vaste vriend. We doen lange weekenden met elkaar, van donderdag tot en met zondag. Mijn vriend klaagt veel over de zorg hier in Nederland, maar ik moet zeggen dat het een nagenoeg perfect systeem is, zeker als je het vergelijkt met Brazilië. Daar krijg je alleen goede zorg als je het kunt betalen. Toen ik net in Nederland woonde, vond ik het erg lastig dat ik de taal niet sprak. Zonder taal is het heel erg moeilijk een cultuur te begrijpen. Dan voel je je zo’n buitenstaander. Nederlanders zijn heel erg individualistisch. Niet gek ook, want ze zijn het gewend om mensenrechten te hebben, en in combinatie met die relatieve rijkdom kunnen ze vaak gewoon doen waar ze zelf zin in hebben. Het ‘jezelf kunnen redden’ is echt iets heel Nederlands. Inmiddels word ik in Brazilië niet meer als Braziliaan herkend, wat best gek is. Alsof mijn lichaam en mijn expressie Nederlands zijn geworden. Maar in mijn hart blijf ik natuurlijk altijd die jongen uit São Paulo.”
Dit artikel verscheen eerder in hello pride.
Tekst GJ Wielinga Beeld Henri Blommers


