“Maar aan je oogen ken ik je toch weer”

0

Bob Newmark (78) werd geboren in Brooklyn, New York, als enig kind in een seculier joods gezin. In 1970 kwam hij naar Nederland en bleef hier. Op een kille vrijdagmiddag in januari rijden wij samen naar Vredenhof aan de Amsterdamse Haarlemmerweg, waar in 1992 Bobs vriend Pim Burger werd begraven, de jongen met de mooie ogen uit mijn straat.

Klopt mijn indruk dat je veel met je eigen dood bezig bent?

 “Onlangs lag ik vijf weken in het VUmc. Daar vroegen ze of ik bij calamiteit gereanimeerd wilde worden. Ik zei nee; ik voelde me kort voor mijn 78e verjaardag erg alleen. Maar toen ik dat aan een vriend vertelde, brak die in huilen uit. Toen moest ik mij afvragen: is dit wat ik echt wil? Ook de afspraak voor dit interview zette van alles in beweging. Ooit riep Pim boos: ‘You just want to dance on my grave!’ Hoe moest ik dat pareren? Ik zei: ‘Zullen we afspreken dat ik eerst op jouw graf ga dansen en jij later terugkomt en op het mijne danst?’ Dus als ik straks boven op Pim kom te liggen, kunnen we samen een walsje doen.”

Beeld Jamonn Roberts

Misschien wordt hij wel weer boos als je komt.

“Soms werd ik erg verdrietig als hij zo boos werd. Tegen het einde van zijn leven kreeg Pim bezoek van een Amerikaanse vriend en schreeuwde hij tegen mij: ‘Nu jij eruit!’ Verslagen verliet ik de kamer. Later stortte ik mijn hart uit bij zijn partner en een vriendin. Zij zeiden: ‘Maar Bob, je weet toch waarom hij steeds boos op je wordt? Jij bent de enige die met hem over ziekte en dood durft te praten.’ Deed niet iedereen dat? ‘Nee’, zeiden ze, ‘niemand, we durven het niet’. Terwijl ik dacht: waar moet je het anders over hebben als iemand doodgaat? Veertien jaar lang hebben we het over van alles gehad: poppen die hij maakte, vriendjes die we hadden, over seks, over gekkigheid. Maar je gaat maar één keer dood.”

Hoe leerden jullie elkaar kennen?

“We waren met een aantal vrienden op een feestje op een woonboot aan de Prinsengracht. Iedereen die ik daar kende werd zo ingepalmd door Pims schoonheid, hij was de mooiste jongen die ik ooit had ontmoet. Ja, het was vooral zijn uiterlijk, maar toen hij begon te praten… Hij wist heel veel over film. Hij werd mijn filmvriendje en wij gingen wekelijks naar de film.”

Je groeide op in Brooklyn…

“Ik stam af van grootouders die alle vier zijn ontsnapt aan Pools-Russische pogroms. Ik was een verwend jongetje, ik vertoon veel enig-kind-gedrag, altijd het middelpunt van aandacht. Diep in mijn ziel voel ik mij onwelkom in de kosmos. Maar Hebrew school vond ik prachtig! Ik wilde rabbijn worden, maar van mijn moeder moest ik arts worden. In Berkeley werd ik hippie en postbode. Toen in 1968 gouverneur Ronald Reagan de studentenopstand liet beschieten, voelde ik: ik ben hier niet meer welkom, ik moet zo snel mogelijk weg.”

Archief Bob Newmark

In Amsterdam werd je verliefd op Pim.

“Bijna al mijn vrienden op dat feest waren verliefd op hem, de een na de ander wees hij af. Maar ik ging bij hem op bezoek en toen hebben we een nacht samen doorgebracht. De volgende ochtend zei ik: ‘Ik denk dat ik verliefd ben op jou’. Waarop hij haastig uitriep: ‘Nou dat is heus niet wederzijds!’ Normaal zou ik wegvluchten, afwijzing doet te veel pijn. Maar ik vond hem zo interessant en hij wist zoveel over film! ‘Kunnen we dan vrienden worden?’, vroeg ik. Hij werd jarenlang mijn beste vriend. We zagen elkaar meerdere keren per week. We gingen samen lunchen, bespraken soms de nacht; even vaak niet als wel wist hij nog wat er voorgevallen was.

Vier, vijf jaar later zagen we elkaar nog steeds vaak, en ik zei: ‘Pim, er is iets in Amerika, ik lees het op mijn werk bij de biomedische uitgeverij, ik hoor het vaagjes van verpleegkundigen of artsen die ik ken, er is een ziekte en die treft vooral homomannen. En ik denk dat we moeten opletten.’Zelf was ik begin jaren tachtig al begonnen met condooms, nadat ik samen met mijn toenmalige vriendje Vincent acute hepatitis B opliep. Maar toen ik dat tegen Pim zei, dat er nog iets veel ergers is, werd hij woest op mij. En hij kon echt woest worden! ‘JIJ! gaat mij niet vertellen dat ik geen seks meer mag hebben!!!’ Ho, ho, Pim, ik zeg niet dat je geen seks mag hebben, maar ik zeg dat we moeten opletten, en je weet hoe je bent. Hij werd alleen maar bozer en ik zei: ‘Okay, laat het.’”

Archief Bob Newmark

Jij adviseerde hem zich te laten testen.

“Ik was een jaar ziek. Met nachtzweten, doodsbang, stel dat ik het heb. Zodra het kon, liet ik me testen en ik wist zeker dat ik positief was. Al mijn vrienden in de aidswereld vonden: Bob, doe maar niet, je kunt toch niets doen, maar ik zei: nee, ik ben geen Nederlander, ik word ziek van niet-weten.”

Pim testte positief. Hoe reageerden jullie?

“Ik weet niet meer hoe hij reageerde. Ik was vaak heel verdrietig. Ik huilde als ik naar mijn werk en naar huis fietste. En als ik in het Marnixbad zwom, dan huilde ik. Ergens is huilen voor mij een sociaal iets.”

 In je eentje huilen versterkt eenzaamheid en als je samen huilt, is dat verbindend.

“Ik vind dat ook. Zowat de helft van mijn vrienden was al overleden aan de gevolgen van aids. Mensen raakten vrienden kwijt, werden soms onterfd of kregen heel gemene dingen te horen, en ik dacht: ik ben op aarde om tegenwicht te bieden. Ik ging uit hetzelfde glas drinken en van hetzelfde bord eten als mijn vrienden met hiv. Dit was ook een bewijs van vriendschap. Vriendschap is niet alleen maar la-di-da, als alles naar wens gaat en altijd maar lachen. Wat jij net zei, als je samen kunt huilen, is dat wel vriendschap.”

Welke waarde heeft vriendschap voor jou?

“Heel belangrijk: vrienden kunnen nooit gezichtsverlies lijden. Schaamteloos jezelf kunnen zijn. Vriendschap heeft te maken met de moeilijke emoties. Liefde, blijheid, geluk zijn de makkelijke emoties, boosheid, woede, verdriet, melancholie, dat zijn de moeilijke. De meesten worstelen ermee. Het heeft jaren geduurd voordat ik doorkreeg dat niet iedereen zijn gevoelens en plein public uit. Dat wil niet zeggen dat men niet verdrietig is of boos, of zijn gevoelens helemaal niet kan uiten. Dat was iets wat ik heb moeten leren, in jaren waarin ik vrienden of vreemden begeleidde op weg naar de dood. En dat het een mitswa is, een goede daad, als iemand mij voldoende vertrouwt om in mijn aanwezigheid boos te worden of te huilen.’

Ook als de boosheid op jou is gericht?

“In mijn buddytijd maakte ik dat een paar keer mee. En Pim werd, terwijl hij lag te sterven in het AMC, zeker vaak heel boos op mij: ‘En nu de kamer uit!’” Ik was buddy van de tweede lichting, ’85 of ’86. Ik ben zeven keer buddy geweest en één keer door de cliënt ontslagen. Die zei: ‘Ik wil niet dat jij aan mijn sterfbed zit’, en ik respecteerde dat. Ik zag hoe mensen in de steek werden gelaten. Zelf heb ik dat trouwens ook aan den lijve ondervonden, toen ik hulpbehoevend was, en zag wie kwam opdagen en wie niet. Maar Pim, als hij lief was, was zo genereus. Op mijn 45e verjaardag kwam hij ’s middags langs. Hij zei: ‘Há! – zoals hij dat kon zeggen – ik heb geen cadeau voor je, maar wel een gedicht uit mijn hoofd geleerd.’ Dat was Herinnering van Annie M.G. Schmidt, dat ik later op zijn begrafenis heb voorgedragen: ‘Maar aan je oogen ken ik je toch weer’.”

Dit artikel verscheen eerder in hello gorgeous #46.

Tekst Antony Oomen Beeld Jamonn Roberts

Oproep

Wil je ook herinneringen ophalen aan een dierbare die is overleden aan de gevolgen van aids? Stuur ons dan een mail naar info@hellogorgeous.nl en we nemen contact met je op.

Leave A Reply