Karma

0

“Zal ik het voor u in een tasje doen?”, vroeg ik mevrouw Van Rijswijk. Van Kampen, de slager waar ik voor werkte, moest lachen om mijn vraag. Later nam hij me apart en maakte me duidelijk dat ik klanten er niet mee mocht lastigvallen. Want of het nu een heel barbecue-pakket was of een half pond gehakt en een onsje ham die al keurig waren verpakt: alles ging gewoon nog een keer extra in een gratis plastic wegwerptasje, dat was service. Ik wierp tegen dat veel mensen zeiden: “Oh, nee, laat maar, dat gaat zo wel mee” als ik het vroeg. Want meestal kon het gewoon in de boodschappentas – waar dat plastic tasje ook direct in verdween. Maar dat wil niet iedereen, dus niet de milieuactivist uithangen”, zei Van Kampen.

Dat vond ook mevrouw Van Rijswijk: Gewoon in een tasje, zoals het hoort. Dat flikker ik thuis meteen in de prullenbak, ik doe niet mee aan dat milieu-gedoe. En daar moest slager Van Kampen, een harde werker en driftig spaarder voor later, ook weer om lachen. Het klinkt nu bijna obsceen, maar in die tijd dachten heel veel mensen er zo over, behalve prins Charles, de hippie-familie in het dorp en mijn oma die de oorlog nog had meegemaakt. De glasbak vonden veel mensen toen al gedoe.

Als ik nu hoor over plastic soep, denk ik direct aan mevrouw Van Rijswijk. Ik zie ergens in de oceaan, tussen plastic waterflesjes, frietbakjes en heel veel andere tasjes haar half gescheurde tasje met Slagerij van Kampen’ erop fladderen. Dat tasje is namelijk vanuit haar prullenbak neergeflikkerd op de storthoop in de buurt. Toen die te groot werd, is het afval op een schip geflikkerd, richting China of Indonesië, waar het zou worden verwerkt. Daar wisten ze zich er eigenlijk ook geen raad mee, maar dat was niet erg. Want daar hebben ze meer dan genoeg ruimte voor vuilnisbelten en de vergoeding voor het daar mogen neerflikkeren was al betaald. En de mensen daar konden er zelfs nog nuttige spullen uithalen! Maar niet dit tasje, want dat was al gescheurd, dus werd het door de moesson-regen naar de rivier gespoeld, die het vervolgens in zee deponeerde. Nu denk ik natuurlijk niet echt dat dat tasje nog bestaat. Dat is allang uiteengevallen in piepkleine stukjes in het water van de Indische Oceaan, waar mevrouw Van Rijswijk dit najaar tijdens haar vakantie in zwom, een slok zeewater binnenkreeg, en daarmee ook de stukjes  extra service die ze 30 jaar geleden ontving zoals het hoort. Karma is een bitch.

Illustratie Karina Grens

Natuurlijk wilde meneer Van Kampen geen plastic soep brouwen, en flikkerde mevrouw Van Rijswijk het tasje niet in de prullenbak in de hoop 30 jaar later in microplastic te zwemmen. Ik geloof echt wel dat ze van natuur hielden. Ze voorzagen de gevolgen niet, iedereen deed het, dus waarom zou je voor een abstract en onzichtbaar ideaal als de aarde’, geld en gemak opgeven? Of, erger nog in ons dorp: versleten worden voor alternatieveling? Waarom zo moeilijk doen voor een probleem dat er helemaal niet was? Of we niet konden zien. Of misschien niet wílden zien? Want het beekje in de buurt stond al vol met stinkend fosfaten-schuim en de Club van Rome had ook al eens wat geroepen. Maar we gingen – weliswaar mokkend – toch al naar de glasbak, dus wat maakt dat ene tasje dan uit?

Vijfentwintig jaar later kiezen veel mensen nog steeds de kant van mevrouw Van Rijswijk. Twee verkiezingen geleden scoorde de VVD met de oneliner dat windmolens niet draaien op wind, maar op subsidie. Met het ik-neem-het-serieus-maar-niet-heus-lachje er achteraan van Mark Rutte, die er toen ook al/nog steeds zat. Daarna vast nog een kort betoogje dat we moeten verduurzamen, maar [inwisselbaar argument over geld, gemak en tijd.]’ Sommigen wezen op het risico van afhankelijkheid van fossiele bronnen uit onbetrouwbare landen met discutabele regimes (het Midden-Oosten, Rusland). Tegen dovemansoren. Het meest verbijsterende is eigenlijk dat het niet uitmaakte dat die windmolen-oneliner meer dan zes jaar geleden al niet klopte! Dus de VVD won alweer/nog steeds. Het ging economisch goed, dus waarom zo moeilijk doen?

Nou, bijvoorbeeld omdat we halverwege dit jaar al alles hadden opgemaakt wat de aarde in heel 2022 kon produceren. Omdat we anderen al jaren belasten met onze troep en de vervuiling nu ook al in ons eigen lijf terug te vinden is. Omdat er nog mensen na ons komen, die ook een leefbare aarde en grondstoffen willen. Iets harder werken voor ons, maar wel beter voor later: het adagium van meneer Van Kampen. Maar die zag blijkbaar niet verder dan zijn eigen portemonnee. Zóveel argumenten voor en altijd maar één argument tegen: geld. En toch wint dat ene argument altijd. Nou ja: in eerste instantie.

Want terug naar de windmolens: toen een gek met grootsheidwaanzin met zijn hand aan de gaskraan (en de andere griezelig dicht bij de rode knop) energie inzette als economisch wapen, kwamen we erachter dat het goede doen eigenlijk altíj́d de beste keuze is. En niet alleen moreel. Nu meen ik af en toe de maar-nu-even-serieus-lachjes te horen van investeerders die wisten dat windmolens gewoon draaien op wind, ook gure wind uit het Oosten. Karma is niet alleen een bitch; ze let ook goed op de centen.

Deze column verscheen eerder in hello gorgeous #41.

Tekst Bas Timmermans Illustratie Karina Grens

Leave A Reply