Het vuur van Erwin Olaf

0

Fotograaf Erwin Olaf viert dit jaar zijn zestigste verjaardag met meerdere overzichtstentoonstellingen en een expositie in het Rijksmuseum. Tijd voor een terugblik − op zijn werk, zijn activisme, en de impact van hiv op Olaf als fotograaf en als persoon.

Een avond in 1981. Op de zolder van het gebouw van homorechten-organisatie COC spreekt arts en microbioloog Roel Coutinho een groep homomannen toe. Onder hen de jonge fotograaf Erwin Olaf. Onderwerp die avond: de in Amerika opgedoken ‘homo-kanker’. Het is een van de eerste bijeenkomsten in Nederland over aids. Olaf fotografeerde het voor Sek, het vrijwilligersblad van het COC. “Een geluksmoment in mijn leven, raar genoeg”, zo noemt de internationaal befaamde fotograaf het nu. “Mijn toenmalige partner Teun las de folder die die avond werd verstrekt, schrok, en gebood dat we voortaan moesten oppassen als we seks hadden. Ik luisterde naar hem, want tja, hij was ouder”, zegt Olaf met een glimlach. “Ik heb later altijd gedacht dat ik daardoor door het oog van de naald ben gekropen.”

Heftigheid

COC Jongerenfestival Smile (1982)

Dat was toen. Inmiddels is er 38 jaar verstreken. In die tijd groeide Erwin Olaf, ooit begonnen met het vastleggen van het nachtleven, uit tot een van Nederlands meest succesvolle fotografen. Series als Blacks (1990) en Separation (2003) maakten nationaal en internationaal veel indruk. Dit jaar, het jaar waarin hij 60 is geworden, staan musea en media uitvoerig stil bij zijn indrukwekkende oeuvre. Overzichtstentoonstellingen in het Haags Gemeentemuseum en het Fotomuseum, zijn werk in het Rijksmuseum deze zomer: Olaf staat volop in de schijnwerpers.

Ondanks zijn lange staat van dienst, heeft hiv nooit een nadrukkelijke rol gespeeld in Olafs werk. En dat terwijl hij de aidsepidemie van dichtbij meemaakte. “Je moet het zo zien: de jaren tachtig waren een tijd van heftigheid. Er was een grote kraakbeweging, een enorme crisis, punk kwam op, al dat hedonisme. Dat alles beïnvloedde, samen met hiv, mijn toenmalige werk. Maar weet je: dood, ellende en ziekte, je zult het in mijn werk niet veel aantreffen. Misschien heel egocentrisch van me, maar ik heb het heel mijn leven al moeilijk gevonden om daar mijn camera op te richten.”

Martin Schenk

Kan ik jou verleiden tot veilige seks? (1995)

Dat neemt niet weg dat in een deel van zijn werk wat hij in opdracht maakte, hiv een hoofdrol speelde. Een bekend voorbeeld is zijn foto uit 1995 van Martin Schenk voor een campagne van de SAD-Schorerstichting. Schenk had aids ontwikkeld, en de kaposi sarcoom − een vorm van kanker op de huid die veel mensen met aids kregen − had zich verspreid over zijn lichaam. Schenk werkte in die tijd als vrijwilliger in homosauna Thermos in Amsterdam. De stichting besloot om met een campagne bezoekers van sauna’s en darkrooms op te roepen om veilige seks te hebben. Schenk zou het model zijn voor de campagne. “Wat als een paal boven water stond, na al die jaren dramatiek, was dat aids weliswaar een ziekte is, maar dat je je er niet voor hoefde te schamen. Als je iemand ontmoet die je wil fotograferen, dan kom je vaak op een idee. Martin was een hele zachte, positieve jongen, dus zo’n portret moest het ook worden. Hij lachte heel mooi, en ik dacht: die lach moet te zien zijn. Je moet niet ‘vlek op vlek’ doen, niet een zwaar dramatisch beeld maken. We lieten zijn kaposi sarcoom zien, maar ook zijn mooie gezicht, zijn open lach. Die confrontatie en combinatie, die wilde ik tonen.”

Het fotograferen van Schenk had een grote impact op Olaf − als fotograaf en als persoon. “Je wist gewoon: deze jongen is binnenkort dood. Er was nog geen oplossing, er was helemaal niets. Je staat te fotograferen met lood in je schoenen, maar die feiten moet je even vergeten, en de emotie ook. Je hebt het erover tijdens zo’n sessie en daarna ga je normaal je ding doen. Ik sta niet tranen met tuiten te huilen, want je bent bezig met het maken van een foto die zo goed mogelijk het doel dient van de campagne.”

Hartverscheurend

Terwijl hiv voor een groot deel ontbrak in zijn werk, sloeg het virus toe onder vrienden en kennissen. ‘Aids en het lot mepten op zich heen’, zo omschreef Olaf het een paar jaar geleden in een column in dit magazine. “Lange tijd was aids voor mij nog abstract. Kennissen van kennissen kregen het en op een gegeven moment denk je: waar is die en die? Het was een stille moordenaar, door de schaamte eromheen.” In de beginjaren van de epidemie was hiv een doodsvonnis. “Mensen waren honds- en hondsziek. Een van mijn vrienden die zou sterven was Hellun Zelluf, een hele vitale, beetje venijnige en hele politieke nicht. Die heb ik in het ziekenhuis gezien, op een speciale afdeling voor hiv-patiënten in het AMC. Bergen-Belsen in een bed. Ik weet nog dat ik die gang op kwam: ik zag alleen maar voeteneindes van bedden, wat een soort kooien waren waarover lakens lagen, zodat die niet op het lichaam drukten, want dat deed al pijn. Nou, toen ik eenmaal bij de kamer van Hellun kwam, was ik helemaal gebroken. En dan kom je binnen en ligt daar een soort resusaapje in bed. Hartverscheurend, dat beeld gaat nooit meer weg. En dat was dan een hele vitale, energieke, malle cross dresser die het leven had gevierd.”

Berlin – Porträt 1 (2012)

Vuist op tafel

Olaf heeft niet alleen naam gemaakt als fotograaf, maar is ook al vele jaren een scherpe stem in het debat over homorechten. Een activist op de barricades: Olaf is niet van het praten, maar van het doen. Maakt een snackbarhouder een opmerking over de fotograaf die met z’n vriend voor de deur staat te zoenen? De volgende dag staat Olaf er met honderd man om een kiss-in te houden. “Wij, als homogemeenschap, moeten niet nastreven dat iedereen van ons houdt. Maar we moeten wel gerespecteerd worden. We mogen trouwen, we mogen hand in hand over straat lopen, afscheidszoenen nemen, een tongzoen kunnen geven. Voor de wet zijn we gelijk, en die wet moeten we handhaven.” En daarbij hoort geen overlegcultuur, maar ‘met de vuist op tafel slaan’. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor scholen, vindt hij. “Scholen zijn veel te laks met pesten. Veel homoseksuele en transgender leerlingen worden gepest, terwijl ze zich juist in zo’n kwetsbaar deel van hun leven bevinden. Het heeft een immense impact.” Olaf, die in zijn jeugd veel werd gepest ‘omdat ik heel meisjesachtig was’, kon pas loskomen van zijn pestkoppen op zijn 44e. Hij was toen bezig met zijn fotoserie Separation, een serie over eenzaamheid en verlatingsangst. “Ik stond in de studio, omringd door mijn foto’s, en raakte enorm geëmotioneerd. Pas toen vloog dat pestmonster weg.” 

Voor Olaf is er geen scheidslijn tussen zijn werk als kunstenaar en zijn identiteit als homoseksuele man. Het verklaart wellicht het vuur in zijn woorden als hij praat over zijn activisme. In die felheid zit ook een waarschuwing. “We moeten ons realiseren dat de dingen zoals ze nu zijn, niet altijd blijven zoals ze zijn. Er bestaat niet zoiets als een status quo.”

Toekomstplannen

Palm Spring American Dream – Self-portrait with Alex (2018)

Zo fel als de fotograaf praat over ‘de lakse houding van de overheid’ om een vuist te maken tegen anti-homo-geweld (“je doet aangifte, maar er gebeurt niets”), zo vrolijk en gepassioneerd vertelt Olaf over zijn professionele toekomstplannen. “Als ik kijk naar mijn werk, denk ik soms: goh, het lijken wel theatersettings. Dat lijkt me echt mooi om te doen, een opera vormgeven. En ik heb me sowieso voorgenomen dat ik na mijn zestigste alles mag fotograferen wat ik wil. Het wordt eens tijd dat ik op mijn bek ga, dat ik een keer faal. Ik bedoel, dat heb ik natuurlijk al vaak gedaan, maar het wordt tijd voor een experiment.” Waar moeten we dan aan denken? “Ik fotografeer altijd retescherp, maar ben op het moment erg benieuwd naar onscherpte. En omdat ik, op mijn beginjaren na, nauwelijks de werkelijkheid heb gefotografeerd, moet ik dat wellicht weer eens gaan opzoeken. Een soort documentaire-fotografie, bijvoorbeeld verdwijnende werelden. Denk aan de adel; bestaat ie nog, en mag ik dat fotograferen?”

Artistieke inspiratie haalde Olaf recentelijk nog uit een bezoek aan het Metropolitan Museum of Art in New York. “Ik liep daar langs schilderijen van Mark Rothko en dacht alleen maar: zo’n man schildert drie vlakken op een doek en ik raak geëmotioneerd. Waarom kan dat nou niet in de fotografie? Of Alberto Giacometti, de beeldhouwer, waarvan ik een beeld zag dat me deed denken aan mijn eigen zelfportret Palm Springs: American Dream, Self-portrait with Alex, maar dan meer uitgekleed, kaler. De beeldhouwkunst, de abstracte schilderkunst: dat gaat zeker weten meer invloed op mijn werk hebben.” Lachend: “Nou het alleen nog even doen!”

Dit artikel verscheen eerder in hello gorgeous #27.

Tekst Rick Meulensteen Fotografie Erwin Olaf

Leave A Reply