‘Mijn moeder hiv? Dat kan niet!’

0

Vorig jaar betrof bijna een kwart van de nieuwe hiv-infecties mensen van boven de 50. Oud en wijs genoeg en toch hiv gekregen. Wat is het verhaal van deze ouderen met hiv? En hoe reageert hun omgeving? Een gesprek met Janny (67) en Geert (57). ‘Ik moet het er gewoon mee doen.’

Janny (67)

‘Het komt goed met mij.’

‘Tweeënhalf jaar geleden was ik op een dag opeens vreselijk beroerd en benauwd, ik kon niets meer. Mijn dochter was gelukkig bij me. Zij vertrouwde het niet en heeft een ambulance gebeld om me naar de EHBO te brengen. Ik bleek een dubbele longontsteking te hebben en werd meteen in het ziekenhuis opgenomen.

Omdat ik nergens op reageerde werd een hiv-test afgenomen. Mijn dochter, die zelf hiv-verpleegkundige in Afrika is geweest, dacht nog: mijn moeder hiv? Dat kan niet!

Twintig jaar geleden heb ik borstkanker gehad, dus ik vermoedde zelf dat de kanker terug was gekomen. Maar het was dus wel hiv…, bingo! En dan vraagt de hiv-verpleegkundige voorzichtig: “Mevrouw, heeft u enig idee hoe u daaraan gekomen bent?”. Ik zei: nou schat, ik denk dat die dood en begraven in Suriname ligt.

Ik heb een relatie gehad met Franklin, een Surinaamse man. Wij dachten altijd al: wat ziet die man er uit, hij heeft vast weer met z’n poten aan de coke gezeten. Hij was dealer, dat wisten we. En hij hield het niet bij één vrouw, ook dat was geen geheim.’

Kilo coke

‘Onder Surinamers is hiv een enorm taboe. Franklin en ik hadden het nooit over hiv of veilig vrijen, dat was domweg geen onderwerp. Ik heb hem leren kennen bij een dansfeest in de buurt, daar was hij dj. Vier jaar lang ging ik met hem om. In die tijd heb ik meer lol gehad dan in de elf jaar huwelijk met mijn ex-man. Dat was een vent die 24 uur per dag op je lip zat, daar werd ik helemaal gek van. Als ik de krant ging lezen of bij een vriendin op bezoek wilde, was het van: “Oh, heb jij niks anders te doen?”. En zelf bracht hij nog geen kommetje naar het aanrecht.

Franklin en ik gingen veel naar Surinaamse dansfeesten, tot diep in de nacht. Maar op een gegeven moment had ik genoeg van al het gedoe en de onrust. Hij was altijd onderweg en onvindbaar. Ik heb eens per ongeluk bij het schoonmaken zo´n zilverpapieren bol in de vuilniszak gegooid. Meteen toen hij thuiskwam was het: “Waar is die bol? Dat is godverdomme mijn handel!”. Bleek er een kilo coke in te zitten. Gelukkig heeft hij die vuilniszak nog van de straat kunnen plukken.’

Geen kerel meer

‘Op mijn 20e ben ik getrouwd en een jaar later had ik mijn eerste dochter al. In die tijd hield je meteen op met werken wanneer je huwde. Daarna ben ik nog met een andere man getrouwd geweest, ook dat duurde elf jaar. En nu hoef ik geen kerel meer, tenminste niet in mijn huis. Ik wil kunnen doen en laten wat ik zelf wil en niet tien keer per dag gebeld worden: “Waar ben je?”, “Wat ben je aan het doen?”.

Een tijdje terug was er nog een Portugese man, die dacht dat ik wel even voor hem en zijn zes kinderen kwam zorgen. Ik zei: bekijk het even! Wel heb ik nog gordijnen voor in zijn hele huis genaaid. Op die Hollandse boeren ben ik trouwens ook uitgekeken. Ik val op een kleurtje. Ik doe al tien jaar vrijwilligerswerk bij een stichting die Nederlandse taalles aan allochtonen geeft. Zo kom ik ook in aanraking met die mannen.’

‘Mijn familie en naaste collega’s weten dat ik hiv heb. Die vinden, net als ikzelf: het is nu eenmaal zo en ik moet het er maar mee doen. Hiv is geen probleem voor mij. En van de pillen die ik nu neem heb ik geen last.

Ik heb altijd gezegd: ik ben geboren als patiënt, dit kan er ook nog wel bij.

Ik had een hazenlip en heb daardoor veel neus- en oor-toestanden gehad. Later kwam die borstkanker ook nog eens. Ik ben niet iemand die in de put gaat zitten. Ik heb een tijd in de psychiatrische verpleging gewerkt. Daar heb ik zoveel gezien en gehoord dat ik altijd denk: het komt wel goed met mij.’

Lees de rest in hello gorgeous #9 

Tekst Thijs Timmermans Fotografie Henri Blommers

Leave A Reply