Biertjes tappen

0

Op een zonovergoten ochtend in juli werd mijn medebuddy A., met wie ik in de jaren ‘80 en ‘90 heb samengewerkt, gecremeerd. In 1990 was hij 62 en ik 26 jaar. Ik was het broekie, hij de wijze man. Bijna drie jaar begeleidden we Ernst, een stille, wat depressieve Joodse man.

A. deed naast het buddywerk meer vrijwilligerswerk. Hij stond achter de bar bij het COC en hielp bij de Hiv Vereniging Nederland (HVN). A. had zelf hiv en was daar open over. We zijn altijd bevriend gebleven. Samen met zijn man stond hij achter de bar bij mijn huwelijksfeest. Een charmante, aimabele, erudiete en lieve man. Een longontsteking velde hem uiteindelijk.

Tijdens de crematie voerden een vrijwilliger van het COC, de dochters van de echtgenoot en de weduwnaar zelf in rap tempo het woord. De vrijwilliger sprak over het samen biertjes tappen, de beide dochters memoreerden hun schoonpapa en de echt-genoot eerde en bedankte ‘zijn grote liefde, zijn alles’. Allemaal prachtig. Er werd echter helemaal niets gezegd over hiv, het buddywerk dat A. gedaan had en zijn werk voor de HVN.

Het was dat zijn foto op de kist stond, anders zou ik denken bij de verkeerde uitvaart te zijn.

Binnen een half uur was het klaar en stonden we in de rij voor een kop koffie met cake. Toevallig stond ik achter de vrijwilliger die gesproken had en we begonnen een praatje. De man vertelde dat hij expliciet het verbod had gekregen van de nabestaanden om het over hiv te hebben. De woorden ‘hiv’ en ‘aids’ mochten niet genoemd worden.

Het bleef lang door mijn hoofd spoken dat A. niet het afscheid heeft gekregen dat hij verdiende. Zijn jarenlange inzet voor mensen met aids en zijn eigen hiv waren compleet genegeerd.

Ook in liberale, witte, homo-seksuele kring kan hiv nog steeds taboe zijn.

Deze column verscheen eerder in hello gorgeous #9

Tekst Bertus Tempert Illustratie Karina Grens

 

Leave A Reply