Lucy’s seksverhaal

0

Lucy (38) is geboren in Ierland. Na een bezoek aan Amsterdam werd ze verliefd op de stad en besloot er te gaan wonen. Vier jaar geleden hoorde zij dat ze hiv heeft. Eerst voelde ze zich verplicht dit met haar dates te delen. Nu bepaalt ze zelf of en wanneer ze het zegt.

Een aantal jaren geleden had ik een periode waarin ik niet goed voor mezelf zorgde. Ik had een drukke baan, ging veel uit, bezocht vaak feestjes, dronk veel en gebruikte drugs. Op een gegeven moment werd ik ziek. Ik liet me testen en hoorde dat ik hiv heb.

Ik was in shock. Mijn laatste test was toen vijf jaar geleden en ik voelde me verplicht om alle mannen met wie ik seks had gehad, in te lichten. Ik maakte op mijn laptop een spreadsheet van al hun namen en besloot iedereen op de lijst te bellen. Ik dacht alleen aan wie ik had kunnen infecteren en niet aan wie mij had geïnfecteerd.

Alle mannen die ik belde, reageerden goed. Er was er zelfs één die weer met me wilde daten. Ik realiseerde me toen dat hiv niet het einde van het datenhoeft te betekenen.

De eerste date na mijn diagnose was met een Marokkaan, een soort mini-gangster type. Ik was erg onzeker en dacht de hele tijd aan hoe ik het hem moest vertellen. Een goede vriendin van me zei dat  ik het niet bij mij thuis aan hem moest vertellen, want wat als hij mij zou slaan. Slaan? Waarom zou hij mij willen slaan? Dit maakte mijn onzekerheid alleen maar erger. Toen ik het hem had verteld, reageerde hij heel goed en zei hij dat hij zich geen zorgen maakte en dat het hem niet kon schelen dat ik hiv heb.

We vreeën veilig, maar op een keer knapte het condoom en hij nam een PEP kuur. Ook toen maakte hij zich nog steeds geen zorgen. Ik bleef langer bij hem dan ik zou hebben gemoeten. Ik voelde me veilig en beschermd en was bang om anderen te ontmoeten en wéér door het hele proces van het vertellen te moeten gaan.

Paranoïde

Na het geknapte condoom, besloot ik met de hiv-behandeling te beginnen. Ik had gelezen dat vroeg beginnen goed voor mezelf zou zijn, plus dat mijn virus dan ondetecteerbaar werd, zodat ik mijn partners ertegen beschermde. In die tijd werkte ik bij een groot bedrijf en ik verbleef hiervoor regelmatig in Afrika. Ik woonde een tijdje in Malawi. In Amsterdam is er goede hiv-zorg en kun je behandeld worden, maar daar gaan mensen nog steeds dood aan aids en ze kunnen het niemand vertellen.

Ik had daar een vriendje, die paranoïde was over hiv. Hij zei: “Jullie zijn gek in Amsterdam. Jullie gaan naar wilde feestjes, waar jullie waarschijnlijk allemaal hiv oplopen.”

Ik durfde het hem niet te vertellen, omdat ik bang was dat hij kwaad zou worden. Ik moest in de ochtend mijn pillen nemen, met eten. De avond daarvoor verstopte ik dan steeds een broodje in de badkamer.  Als in de ochtend de wekker ging, sloot ik mezelf op in de badkamer, at het broodje en nam mijn pillen, om daarna weer bij hem in bed te kruipen. Ik rook zo naar broodje kaas, dat hij waarschijnlijk gedacht moet hebben dat ik boulimia had en had staan kotsen in de badkamer.

Van Malawi verhuisde ik naar Dar es Salaam. Daar ontmoette ik een Nederlandse jongen. We gingen uit, dronken veel en hadden lange, mooie gesprekken. Ik vertelde het hem ook niet, en we hadden onbeschermde seks. Ik maakte me hier zorgen over, maar we gingen hiermee door. Op een avond vertelde hij mij dat hij als kind een niertransplantatie had gehad. Als hij ooit hiv zou krijgen, zou hij moeten stoppen met zijn medicijnen hiervoor, omdat die niet samen zouden kunnen met hiv-medicatie.

Ik dacht: eerst ontmoet ik die paranoïde Afrikaan en nu deze man…help!

Lees de rest van dit verhaal in hello gorgeous #3.

Tekst Leo Schenk Illustratie Henk Hageman

Leave A Reply