Hiv Held Riek Stienstra

0

Ze werkte 28 jaar voor de Schorerstichting, later Schorer. De laatste zestien jaar was ze directeur. Ze was medeverantwoordelijk voor de introductie van buddyzorg in Nederland, direct na de eerste hiv-diagnoses. In 2007 overleed ze op bijna 65-jarige leeftijd.

Riek Stienstra (1942-2007) is een ware hiv-held. Opgeleid als maatschappelijk werker, ging ze in 1974 als hulpverlener aan de slag bij de mr. J.A. Schorerstichting (het consultatiebureau voor homofilie) in Amsterdam.

Al snel werd ze er coördinator en vanaf 1986 tot 2002 was ze directeur van de Schorerstichting. Ze was doortastend en praktisch. Ze had visie en kon die omzetten in actie. Dat kwam goed van pas toen begin jaren tachtig de eerste jongens en mannen in Nederland ziek werden en stierven aan de gevolgen van aids.

Schijnbaar uit het niets

Samen met Jan Schippers, psycholoog van de Schorerstichting, schreef ze begin jaren tachtig een nota over de aanpak van deze toen nog onbekende ziekte. Artsen wisten niet hoe de overdracht plaatsvond, er waren nog geen hiv-testen.

Schijnbaar uit het niets werden jonge, gezonde mannen doodziek en stierven, eerst in de VS, later ook in Nederland. Met rekenmodellen werden sombere voorspellingen gedaan. Er zouden grote aantallen slachtoffers vallen als gevolg van deze ‘homoziekte’.

Geuzennaam

Stienstra en Schippers voorzagen dat er veel hulp nodig was. Ze hadden via het internationale homonetwerk gehoord hoe aids huishield in de scenes in San Francisco en New York.

Nadat ze een studiereis hadden gemaakt naar homopvangvoorzieningen  in de VS, introduceerden ze in 1984 het buddywerk in Nederland.‘Het idee was hetzelfde en ook de naam buddy werd in Nederland al snel een geuzennaam. Met professionele hulpverleners zou je een hulpvraag van dergelijke omvang nooit kunnen behappen’, zo vertelt Stienstra in Vriendschap voor een vreemde (Hansje Galesloot, 1999).

In de Verenigde Staten was geen thuiszorg, dus daar waren de eerste hiv-patiënten aangewezen op het eigen netwerk, zo licht ze toe in een gefilmd interview dat homo, lesbisch, bi en transgender archief en informatiecentrum (IHLIA) met haar maakte in 2007, een paar maanden voor haar dood. En hoewel er in Nederland wel gezinsverzorging bestond, riepen de doodzieke mannen weerstand op in de reguliere zorg.

Buddyzorg startte dus als vrijwillige, aanvullende zorg: lichamelijke verzorging, gezelschap en stervensbegeleiding. Juist vanwege het stigma op hiv sprongen buddy’s in waar familie, vrienden en professionals het lieten afweten.

Bemoederen

Stienstra vond het vanuit haar feminisme terecht dat mannen deze zorg op zich namen, letterlijk andere mannen ‘bemoederden’, zo zegt ze in een interview bij haar afscheid van Schorer in 2002: ‘Het is gewoon niet zo dat alleen maar vrouwen dat primaire verzorgende werk doen. En het blijkt ook helemaal niet als statusverlagend opgevat te worden, wanneer je als man zijnde iemand bemoedert die niet eens je beste vriend is, puur uit solidariteit. Dan denk ik: op deze manier verandert er ook iets in de homomannencultuur’ (Schorer.nl, september 2002).

Door hiv veranderde er inderdaad veel in de homo-emancipatie en in de zorg in Nederland. Niet alleen raakte de buddyzorg in-geburgerd, ook kreeg de homospecifieke psycho-sociale ondersteuning een plek binnen het aanbod van de Schorerstichting.

Onder Rieks directeurschap startte men met individuele therapie en ontstonden er gespreksgroepen en rouwgroepen rondom aids. Na een fusie in het begin van de jaren negentig met een aantal andere hiv-organisaties kwam er begin jaren negentig een geheel nieuwe tak binnen de werkzaamheden van de stichting: voorlichting over veilige seks om hiv-overdracht te voorkomen.

Lees de rest van dit artikel in het eerste nummer van hello gorgeous.

Tekst Mariette Hermans Fotografie Gon Buurman

 

Leave A Reply