Casper Loupen (29) en Patrick Faverus (32) zagen elkaar voor het eerst op de boot van Poz&Proud, de sectie homomannen van Hiv Vereniging Nederland, tijdens Gay Pride 2011 in Amsterdam. Voor hello gorgeous zien ze elkaar weer. Deze keer in het restaurant van de Centrale Bibliotheek van de hoofdstad. Een tweegesprek tussen een jongen met hiv en één zonder.
Patrick ‘In 2009 kwam je er achter dat je hiv hebt. Wat gebeurde er toen?’
Casper ‘Ik schrok er van, al had ik wel risicoseks gehad. In het begin was ik er vrij luchtig en open over, alsof ik een griepje had opgelopen. Maar ik ben de afgelopen twee jaar door een dal gegaan. Wat logisch is als je te horen krijgt dat je hiv hebt. Ik had tijd nodig om dat te accepteren. Nu gaat het goed met me. Ik had het liever niet gehad, maar hiv brengt me meer dan dat ik er last van heb. Daar ben ik wel blij om.’
P. ‘Hoe reageerden je ouders?’
C. ‘Toen ik het mijn ouders vertelde, zei mijn vader: houd het voor jezelf. Maar zo zit ik niet in elkaar. Ik heb me er gelijk in gestort, dan kom ik er ook meer over te weten. Ik heb meegewerkt aan de tijd daarna, en ik deed mee aan dance4life. Ik vind dat ik daar wel een beetje bekendheid aan mag geven. Dat is voor mensen met hiv op den duur alleen maar beter. Wat ik zo mooi aan jou vind, is dat je je daar voor openstelt. Het is toch best een beladen onderwerp?’
P. ‘Voor mij niet. Ik heb een relatie gehad met iemand met hiv en ben er zo ingerold. Binnen die relatie was het moeilijk om hiv bespreekbaar te maken. Mijn ex had hiv zelf nog niet geaccepteerd en wilde er ook niet over praten. Ik zat wel met allerlei vragen: of ik ergens op moest letten en zo ja, wat dan? Ik kon er bij hem niet mee terecht, dus ben ik de antwoorden op mijn vragen elders gaan zoeken. Zo heb ik vrijwilligerswerk gedaan voor Schorer en heb ik ook veel vrienden met hiv. Dat zorgt ervoor dat ik nauw bij hiv ben betrokken.’
C. ‘Maar dan sta je op een boot vol homomannen met hiv. Hoe waren de reacties uit je omgeving?’
P. ‘De reacties waren allemaal positief. Alleen mensen die me niet zo goed kennen, vroegen zich af waarom ik op die boot stond. Een oud-collega vroeg me of ik het niet vies vond. Wat is daar nou vies aan? Ik sta op die boot, niet omdat ik zelf hiv heb, maar uit solidariteit met mensen die leven met hiv. Ik heb er totaal geen moeite mee, maar in het dagelijks leven – ook in de homogemeenschap – merk ik dat je wel hiv mag hebben, maar dat je het vooral niet moet benoemen. Dat vind ik heel jammer.’
C. ‘Ik zag net die jongen die je hier bracht. Is dat je vriendje? Hoe lang kennen jullie elkaar al?
P. ‘Ja dat is mijn vriendje. Ik ken hem net een paar weken. Het is nog heel pril.’
C. ‘Weet je zijn hiv-status?’
P. ‘Ja. Hij is hiv-negatief. Als je net bij elkaar bent, kan dat een issue zijn, dat je elkaars status wilt weten.’
C. ‘Wanneer vroeg je ernaar?’
P. ‘Ik ben vrij direct en vraag het meestal gelijk. Als ik het idee heb dat er meer in zit en we met elkaar verder willen, dan vind ik het belangrijk om te weten. Zeker gezien mijn relatie met een jongen met hiv in het verleden. Ik vind het belangrijk dat iemand over hiv kan praten. Sommige mensen gaan hiv uit de weg. Als ik zie wat er allemaal om me heen gebeurt, moet je het er wel over hebben. Hoe wil je samen de relatie inrichten? Zijn we monogaam, of niet? Wat zien we wel of niet door de vingers? Dat vind ik belangrijke discussiepunten.’
C. ‘Ik heb geen relatie, en ik mis het niet echt. Natuurlijk zijn er momenten die ik graag zou delen met een partner, iemand dichtbij. Maar ik ben niet op zoek naar een relatie, omdat ik er zo nodig één moet hebben. Ik doe net zo graag iets alleen of samen met vrienden of vriendinnen. Ik kan me prima alleen vermaken.’
P. ‘In hoeverre is hiv dan een item als jij met iemand seks hebt?’
C. ‘Ik loop er niet mee te koop. Ik let er goed op dat ik beschermd vrij. Het is niet zo dat ik mijn hiv-status bij een one-night-stand meteen op tafel leg. Zo van: by the way, ik heb hiv!’
P. ‘Je vertelt net hoe open je bent over je hiv-status naar buiten toe. Je werkt mee aan dance4life en aan dit interview om meer bekendheid te geven aan hiv, maar als het op seks aankomt ben je er dus niet zo open over?’
C. ‘Bij een one-night-stand niet.’
P. ‘Maar een one-night-stand kan misschien een relatie worden.’
C. ‘Dat zou kunnen. Dan moet ik toch eerst een moment kiezen waarop ik het wil vertellen. Of niet. Mocht het iets vaster worden, dan wil ik daar ook niet te lang mee wachten. Maar dat is nog niet voorgekomen.’
P. ‘Ik heb een vriend met hiv en die zegt altijd dat hij het niet nodig vindtom het te vertellen aan iemand waar hij maar één keer seks mee heeft. Hij heeft het wel eens meegemaakt dat iemand waarmee hij seks had, achteraf hoorde dat hij hiv heeft. Die jongen werd ontzettend boos en zei tegen mijn vriend dat hij het had moeten vertellen. Mijn vriend antwoordde hem dat als hij het had verteld, hij waarschijnlijk niet met hem naar bed zou zijn gegaan. Ik reageerde eerst ook fel op het stilzwijgen van mijn vriend. Achteraf snap ik ook wel waarom hij het niet gezegd heeft. Ik vraag me af hoe jij daarmee omgaat.’

C.: ‘Ik zou er open over willen zijn, net als bij alle andere dingen die ik doe en waarmee ik in de publiciteit treed. Maar bij seks bescherm ik mezelf tegen afwijzende reacties, omdat hiv zo’n beladen onderwerp is. Hiv maakt kwetsbaar.’
P. ‘Kun je er begrip voor opbrengen als iemand je zou afwijzen om je hiv?’
C. ‘Ik zou het jammer vinden en moeilijk. Maar ik zou er wel begrip voor hebben.’
P. ‘Waarom?’
C. ‘Omdat ik zelf waarschijnlijk hetzelfde gedaan zou hebben toen ik nog hiv-negatief was.’
P. ‘Zelf sta ik daar anders in. Ik word verliefd op iemand en alles wat daarbij komt kijken neem ik voor lief. Hiv hoort daar ook bij. Daar zullen we een weg in moeten vinden. Als iemand je niet wil als partner omdat je hiv hebt, dan zegt dat veel over hem. Ik zou dan gelijk zeggen: dan niet, doei! Ik heb het zelf meegemaakt. Mijn ex dacht ook dat ik zou wegrennen. Ik zei toen: nee, waarom zou ik? Het is iets dat jij hebt en laten we er samen het beste van maken. Jammer genoeg lukte dat niet met hem en werd het uiteindelijk wel de dealbreaker.’
C. ‘Ik zou vroeger ook niet meteen zijn weggerend als iemand hiv bleek te hebben. Ik zou er wel meer over willen weten en niet zomaar met hem de koffer induiken. Het kromme is, dat wanneer iemand er niets over zou zeggen, ik het wel meteen met hem zou hebben gedaan. Hoe ging de seks tussen jou en je ex-vriend?’
P. ‘Het was niet zo dat ik daar continue mee bezig was tijdens de seks. Neuken deden we bijvoorbeeld niet. Ik miste dat ook niet echt, want ik ben niet iemand die moet neuken. In een relatie moet je vooral doen waar je beiden plezier in hebt. Ik merkte dat ik me met hem toch niet helemaal kon geven als we seks hadden. Ik heb mezelf vaak de vraag gesteld: waarom vond ik het zo lastig om mezelf te laten gaan? Vaak kwam ik dan terug bij het feit dat er binnen onze relatie niet over hiv kon worden gesproken, omdat hij dat niet wilde. Daardoor ging ik een beetje op slot.’
C. ‘En als hij meer open was geweest naar jou en vrijelijk over zijn hiv kon praten?’
P. ‘Ik vermoed dat ik er dan minder moeite mee zou hebben gehad.’
Testen op hiv
C. ‘Ben jij wel eens bang geweest voor de uitslag van een hiv-test?’
P. ‘Soms kan de uitslag best spannend zijn. Je weet het immers nooit. Ik bedoel: veilige seks be-
staat niet! Niets is 100% veilig. Maar meestal maak ik me geen zorgen.’
C. ‘Het is belangrijk om je regelmatig te laten testen op hiv. Ik liet me vaak testen voordat ik hiv kreeg. De uitslag was altijd negatief, behalve soms een soa. Dat was ook niet fijn, maar goed. Op een gegeven moment werd ik ziek en belandde ik in het ziekenhuis met darmklachten. Daar zijn ze erachter gekomen dat ik hiv heb.’
P. ‘Ik heb vrienden die al heel lang met klachten rondliepen en zich niet lieten testen omdat ze bang waren voor de uitslag. Ze belandden uiteindelijk toch in het ziekenhuis. Eentje had een hersenvliesontsteking en was incontinent geworden, waardoor hij een luier moest dragen. Toen zag hij opeens ook de andere kant van hiv.’
C. ‘Nu ik hiv heb moet ik toch meer opletten. Regelmaat, gezond leven, die dingen. Ik ben nog niet toe aan medicatie, maar ik wil er wel snel mee beginnen. Ik vind het belangrijk om anderen niet te infecteren. Dat is niet mijn belangrijkste motivatie om aan de pillen te beginnen, maar het speelt wel een grote rol.’
P. ‘Wat is de reden waarom je nog geen medicijnen neemt?’
C. ‘Mijn hiv-consulent vindt dat mijn weerstand daarvoor nog te goed is. Zij vindt het nog niet nodig. Ik zat de voorlaatste keer op 630 CD4 cellen en nu op 580. Ik heb er veel over gelezen en zelf denk ik nu anders over starten. Ik heb net een nieuwe baan en ik wil eerst kijken hoe dat gaat. Maar zodra het kan, wil ik met de medicijnen beginnen. Kun jij je voorstellen hoe het is om hiv te hebben?
P. ‘Ja en nee. Ja, omdat ik er veel over weet en veel vrienden met hiv heb, waarmee ik regelmatig spreek over hoe zij het ervaren. Ik begrijp veel van waar ze mee zitten. Of hoe zij de dingen beleven. Maar zolang ik geen hiv heb, blijft er altijd een deel dat ik niet kan begrijpen. Ik heb geen hiv, dus ik weet niet precies hoe het is om hiv te hebben.’
C. ‘Ik leef door hiv veel meer in het nu, met de dag! Toen ik nog geen hiv had was ik materialistischer ingesteld. Ik wil niet zeggen dat ik mooie spullen nu niet meer belangrijk vind, maar het is minder belangrijk geworden. Ik kan nu van kleine dingen heel erg gelukkig worden.’
P. ‘Hiv heeft je dus bewuster gemaakt. Dat hoor ik vaker. Denk je dat je dit proces ook had kunnen doorlopen als je geen hiv zou hebben gehad?’
C. Nee. Dan was het allemaal wat makkelijker geweest. Ik had dan iets meer onbezorgd kunnen fladderen en gek doen.’
P. ‘Zie je op tegen het nemen van hiv-medicatie?’
C. ‘Nee. Het is wel een herinnering aan het feit dat ik chronisch ziek ben, maar ik zie er niet tegen op. Het heeft een positief effect op mijn gezondheid en ik kan er oud mee worden. Hoe zie jij jouw toekomst?
P. ‘Ik wil nog wel het een en ander realiseren. Zo wil ik graag in Amsterdam wonen. Ik vind Amsterdam toch de leukste plek om te zijn. Kinderen heb ik afgezworen. Adopteren is zo’n gedoe en zelf kinderen hebben nog meer. Dan moet ik weer op zoek naar een lesbische draagmoeder. Misschien zou ik op den duur wel pleegkinderen nemen. Maar dan spreken we over tien, twintig jaar. Ik hoop dat mijn vriendje en ik zo lang mogelijk bij elkaar blijven. Samen oud worden lijkt me leuk. En jij?
C. ‘Voor het gemak concentreer ik me dan op de komende vijf jaar. Dan hoop ik nog steeds aan de medicatie te zitten, een relatie te hebben en dat ik nog steeds de baan heb die ik pas ben begonnen.’
P. ‘Waarom kijk jij niet verder dan vijf jaar?’
C. Ik leef van dag tot dag en ik denk dat ik nog een beetje terughoudend ben over mijn toekomst. Ik had een opleiding voor horeca en detailhandel willen doen, maar weet niet precies hoe het gaat met die onregelmatige werktijden. Nu heb ik een kantoorbaan waar ik op gezette tijden begin en eindig. Door mijn hiv heb ik deze keuze min of meer gedwongen moeten maken, maar ik heb er ook bewust voor gekozen. Ik heb in mijn werk ook met klanten te maken. Dat past bij mij. Hiv heeft me creatiever gemaakt. Ik kan me makkelijker aanpassen aan de mogelijkheden en onmogelijkheden die het leven te bieden heeft
Dit artikel komt uit het eerste nummer van hello gorgeous.
Tekst Leo Schenk Fotografie Henri Blommers



6 reacties
Bernd Arents liked this on Facebook.
Jacob Van Megen liked this on Facebook.
Sigrid Van Tol-Schakel liked this on Facebook.
Farida Howldar liked this on Facebook.
Roland Franken liked this on Facebook.
Bastiaan Prins liked this on Facebook.